Cognitieve Gedragstherapie

Hoe Werkt Het


example cognitieve gedragstherapie

Dit wordt vooral bij primaire insomnie toegepast. Hierbij wordt getracht de vicieuze cirkel van slecht slapen te doorbreken, door te leren om slaapbelemmerende gedachten en gevoelens te reguleren en gedragspatronen te veranderen die een goede nachtslaap in de weg kunnen staan.

Ook ontspanningsoefeningen kunnen hierbij helpen. Het achterliggende idee bij deze behandeling is dat het slaapprobleem terug te voeren is op conditionering: het lichaam heeft als het ware geleerd slecht te slapen en moet nu opnieuw leren om beter te slapen. Ook bij andere slaapstoornissen kan conditionering een rol spelen en ook in dat geval kan cognitieve gedragstherapie ondersteuning bieden naast andere behandelvormen, zoals bijvoorbeeld afbouw van slaapmedicatie bij een slaapmiddelafhankelijkheid.

Cognitieve gedragstherapie is een mengvorm van gedragstherapie met gesprekstherapie. Een van de grondleggers van deze therapie, de Amerikaanse psychiater Aaron T. Beck, ontwikkelde een theorie en een behandelingswijze waarbij de cognities van de cliënt centraal staan: zijn gedachten, fantasieën, herinneringen en zijn opvattingen over gebeurtenissen.

Cognitieve gedragstherapie gaat ervan uit dat het niet de gebeurtenissen zelf zijn die een mens negatieve gevoelens bezorgen en daardoor een bepaald gedragspatroon, maar de gekleurde bril waardoor hij de dingen ziet. Door deze 'disfunctionele' gedachten om te buigen en te leren gebeurtenissen anders te interpreteren komt er een objectievere kijk op de eigen gevoelens en waarnemingen, en kunnen negatieve gevoelens verdwijnen waardoor ook het gedrag verandert.

Cognitieve gedragstherapie is een van de meest toegepaste behandelvormen in Nederland. Het is een kortdurende, gestructureerde therapievorm die op het heden en de toekomst is gericht. Het verhaal van de cliënt is echter wel van belang. Samen met de therapeut moet de cliënt er namelijk eerst achterkomen hoe de vervormde, 'foute', denkgewoonte is ontstaan. Door trainingen in de behandelkamer, in het echte leven en door allerhande huiswerk komt de cliënt gaandeweg tot nieuwe gedachten en ander, positiever, gedrag.

Onderzoek

Er is veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de effectiviteit van cognitieve gedragstherapie. In experimenteel onderzoek is deze vorm van therapie vaak superieur aan andere benaderingen. Wanneer we per klacht gaan kijken, zien we dat:


  • In een review van 16 meta-analyses over de behandelingsuitkomst van cognitieve gedragstherapie bij een groot aantal psychiatrische aandoeningen, concluderen Butler, Chapman, Forman, en Beck (2006) dat de cognitieve gedragstherapie goede resultaten oplevert voor de behandeling van depressie en verschillende vormen van angststoornissen (waaronder gegeneraliseerde angststoornis, paniekstoornis met en zonder agorafobie, sociale fobie, PTSS) bij volwassenen en depressie en angststoornissen bij kinderen. Dit onderzoeksteam concludeerde dat de cognitieve gedragstherapie bij depressie zelfs superieur was aan de behandeling met antidepressiva.
  • Hofmann en Smits (2008) concludeerden in hun meta-analyse van gerandomiseerde placebogecontroleerde studies, waarbij in totaal 1496 patiënten met een angststoornis geïncludeerd werden, dat de cognitieve gedragstherapie significant betere resultaten opleverde dan placebobehandeling. Hoewel dit onderzoek de toepassing van cognitieve gedragstherapie bij angststoornis sterk ondersteund, geven de onderzoekers wel aan dat er nog altijd ruimte voor verdere verbetering is.
  • Deacon en Abramowitz (2005) onderzochten hoe patiënten die hulp zochten voor hun angststoornis zelf de geloofwaardigheid, effectiviteit en de aanvaardbaarheid van ofwel farmacotherapie ofwel cognitieve gedragstherapie ervaarden. Hoewel beide vormen van behandeling favoriet waren, werd de cognitieve gedragstherapie door patiënten als meer aanvaardbaar en meer effectief op de lange termijn ervaren.
  • James, Soler, en Weatherall (2005) bevelen cognitieve gedragstherapie aan als behandeling van angststoornis bij kinderen en adolescenten.
  • Kortdurende behandeling door middel van de cognitieve gedragstherapie is een effectieve behandeling in de eerste lijn, hoewel er bij langere behandeling een groter effect gevonden werd. Hoewel, bij angststoornis is een kortdurende behandeling even effectief gebleken als een langdurende behandeling, concluderen Cape, Whittington, Buszewicz, Wallace, en Underwood (2010) in hun studie.
  • Cognitieve gedragstherapie leidde tot positieve uitkomsten bij angst, depressie en algeheel functioneren. Bij de behandeling van angstklachten had de cognitieve gedragstherapie ook een positief effect op gedragsmatige, fysiologische en cognitieve processen, aldus Chu en Harrison (2007).
  • Wat betreft slaapproblemen, leidde de behandeling met cognitieve gedragstherapie tot een vermindering van de slaapklachten en een verbetering van het slaappatroon. Daarnaast gebruikten de participanten na de cognitieve gedragstherapie minder slaapmedicatie. Wang, Wang en Tsai (2004) concludeerden na deze meta-analyse dat de cognitieve gedragstherapie superieur was aan andere enkelvoudige behandelingen.
  • In hun artikel geven Babson, Feldner, en Babour (2010) aan dat een ruime hoeveelheid aan onderzoek heeft aangetoond dat cognitieve gedragstherapie een effectieve interventie is voor primaire insomnia.


Referenties:

Babson, K.A., Feldner, M.T., & Babour, C.L. (2010). Cognitive behavioral therapy for sleep disorders. The Psychiatric Clinics of North America, 33, 3, 629-640.

Butler, A.C., Chapman, J.E., Forman, E.M., &Beck, A.T. (2006). The empirical status of cognitive-behavioral therapy: A review of meta-analysis. Clinical Psychology Review, 26, 17-31.

Cape, J., Whittington, C., Buszewicz, M., Wallace, P., & Underwoord, L. (2010). Brief psychological therapies for anxiety and depression in primary care: Meta-analysis and meta-regression. BMC Medicine, 8,38.

Chu, B.C., & Harrison, T.L. (2007). Disorder-specific effects of CBT for anxious and depressed youth: A meta-analysis of candidate mediators of change. Clinical Child and Family Psychology Review, 10, 352-372.

Deacon, B.J., & Abramowitz, J.S. (2005). Patients' perceptions of pharmacological and cognitive-behavioral treatments for anxiety disorders. Behavior Therapy, 36, 139-145.

Hofmann, S.G., & Smits, J.A.J. (2008). Cognitive-behavioral therapy for adult anxiety disorders: A meta-analysis of randomized placebo-controlled trials. Journal of Clinical Psychiatry, 69, 4, 621-632.

James, A.A.C.J., Soler, A., & Weatherall, R.R.W. (2005). Cognitive behavioural therapy for anxiety disorders in children and adolescents. Cochrane Database of Systematic Reviews, 4.

Wang, M.-Y., Wang, S.-Y., & Tsai, P.-S. (2005). Cognitive behavioural therapy for primary insomnia: A systematic review. Journal of advanced nursing, 50, 5, 553-564.

Waarbij Geschikt

Oorspronkelijk is cognitieve gedragstherapie ontwikkeld voor depressiviteit, maar tegenwoordig wordt cognitieve gedragstherapie ook effectief toegepast bij andere psychische aandoeningen zoals: verslavingen, eetstoornissen, fobieën, angststoornissen en paniekstoornissen. Maar ook overspannenheid, stress, burn-out, slaapproblemen, afhankelijkheid en onzekerheid, persoonlijkheidsproblemen en relatie- en werkproblemen kunnen door middel van cognitieve gedragstherapie behandeld worden.


intake afspraak plannen informatiepakket aanvragen

Tweet this! Send o Facebook Send to Hyves Compact Print
 
Microstroom Therapie
 
bg bottom left bg bottom right